Repertoire

Er zijn twee categorieën:
1. Opera
2. Lied / Oratorium

Kandidaten kunnen zich aanmelden voor een van de twee categorieën.

Algemene repertoire-eisen

Het repertoire moet uit drie verschillende stijlperiodes worden gekozen, waarvan drie werken gecomponeerd na 1915. Er moet in ten minste drie talen worden gezongen. De werken moeten in de originele taal worden uitgevoerd en – met uitzondering van het Lied – in de originele toonsoort worden gezongen.
Stijlperiode I: tot 1810
Stijlperiode II: 1810 – 1915
Stijlperiode III: 1915 – heden
Tijdens de Kwartfinale kan in principe het programma uit de Voorronden worden herhaald, maar er kan ook een geheel of gedeeltelijk nieuw programma worden gezongen De maximale lengte van het programma is 15 minuten (langer dan tijdens de Voorronden).
Het door de deelnemers eveneens zelf bepaalde programma voor de Halve Finale dient uit nog niet eerder tijdens het Concours uitgevoerd repertoire te bestaan.
Het programma voor de Pianofinale en de Orkestfinale wordt door de jury vastgesteld. De jury kiest uit de gehele lijst, dus ook uit werken die al gezongen zijn in de voorgaande rondes.
In elke ronde zingt de kandidaat ten minste in twee talen en kiest werken uit twee stijlperiodes.

Opdrachtcompositie 2012
Het werk telt in de repertoirelijst mee als één van de drie verplichte werken die gecomponeerd zijn na 1915. Naast de Prijs voor de Nederlandse compositie maken kandidaten verder kans op de engagementsprijs van November Music. Kandidaten ontvangen de bladmuziek als PDF-bestand via het IVC (vanaf juni 2012)
De kandidaat moet op het inschrijvingsformulier aangeven welke werken hij of zij zingt tijdens de Voorronden, de Kwartfinale en de Halve Finale.

Categorie Opera
9 opera-aria’s, 6 liederen en het verplichte werk
Kandidaten zijn vrij om in plaats van opera-aria’s maximaal 2 concertaria’s op te nemen in de repertoirelijst.
Tenminste 2 opera aria’s moeten zijn gecomponeerd na 1915.

Voorronden 18 of 19 september 2012 ‘s-Hertogenbosch: 2 opera aria’s uit twee stijlperiodes (incl. een werk na 1915) in twee talen en 1 lied. De kandidaat kiest zelf de werken. Maximale tijdsduur: 15 minuten.

Kwartfinale: een optreden van 15 minuten met 2 opera-aria’s en 1 of 2 liederen. De kandidaat kiest zelf de werken. Het programma uit de Voorronden mag opnieuw worden gezongen, maar er kan ook een geheel nieuw programma worden aangeboden.

Halve Finale: een optreden van 15 minuten met 2 opera aria’s, 1 lied en het verplichte werk. De kandidaat dient werken te kiezen die hij of zij nog niet heeft gezongen tijdens de competitie.

Finale met piano: Alleen wanneer de kandidaat genomineerd is voor de Margie Weideman Prijs voor het Lied en/of de beste vertolking van het verplichte werk.

Finale met Orkest: 2 of 3 opera aria’s gekozen door de jury

Categorie Lied/Oratorium

12 liederen, 7 oratoriumaria’s en het verplichte werk.

Behalve voor de beide finales kiezen de kandidaten tot en met de Halve finale zelf hun programma.

Voorronden 18 of 19 september 2012 ‘s-Hertogenbosch: een optreden van 12 minuten met een programma van 2 liederen en een oratorium aria. De kandidaat kiest het repertoire uit twee verschillende stijlperiodes en zingt in twee talen.

Kwartfinale: een optreden van 15 minuten met 2 of 3 liederen en een oratorium aria of 2 oratorium aria’s en 1 of 2 liederen. Het programma uit de Voorronden mag opnieuw worden gezongen, maar er kan ook een geheel nieuw programma worden aangeboden.

Halve Finale: een optreden van 15 minuten met 2 liederen, een oratorium aria en het plichtwerk of 2 oratorium aria’s en 1 lied en het plichtwerk. De kandidaat dient werken te kiezen die hij of zij nog niet heeft gezongen tijdens de competitie.

Finale met piano: 4 liederen en een oratoriumaria of 2 oratoriumaria’s en 2 liederen.

Finale met orkest: eventueel 2 oratorium aria’s of 1 oratorium aria en een lied.