Deelnemers

Sopranen

Nicole Fiselier (Nederland, 1982) behaalde haar diploma Klassiek Zang aan Codarts te Rotterdam bij Roberta Alexander. Daarnaast volgde ze masterclasses bij Noelle Barker, Margreet Honig, Jard van Nes en Nelly Miriciouo. Op dit moment wordt Nicole gecoached door Marjan Kuiper. Nicole vertolkte hoofdrollen in ‘Mahagonny Songspiel’ (Gruppo Montebello in de rol van Jessie), ‘Multi Media Vespers’ (Muziektheater Hollands Diep), ‘A is een aapje’ (SIE), ‘Wie is Mignon’ (Schatkameropera, Kameropera Festival, titelrol), ‘Bastien und Bastienne’ (Opera aan Zee). In 2010 zong ze, begeleid door het Gelders Orkest, de rol van Clorinda in ‘La Cenerentola’ van Rossini in het Residence Artist Program van de Nationale Reisopera. Daarnaast werkte ze mee aan de nieuwe opera van Chiel Meijering ‘Blauwbaard’, een Holland Opera productie. Ze zong als soliste onder leiding van onder andere Jos Vermunt, Hein Meens, Gijs Leenaars en Barend Schuurman. Nicole vormt samen met pianiste Cathelijne Noorland duo Ruby. Met gitarist Martijn Buijnsters treed Nicole op onder de naam Duo Fiselier-Buijnsters met werken van Giuliani, Sor en Castelnuovo-Tedesco. In 2011/2012 zal Nicole rollen vertolken in producties van Schatkamer Opera, Holland Opera en Muziektheater Hollands Diep.

Clara Inglese (België, 1984), ook bekend onder haar artiestennaam studeerde in eerste instantie blokfluit en viool. Haar zangstem ontdekkend studeerde ze aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel. Na het behalen van de Bachelor Degree zette ze haar studie voort aan het Conservatorium van Maastricht bij Nelly Miricioiu, alwaar zij haar Master Degree zal afsluiten bij Yvonne Schiffelers. Clara’s doel is uitgebreid repertoire te ontwikkelen, speciaal in Belcanto en Mozart-repertoire.
.
.
.
Frederique Klooster (Nederland, 1978) behaalde haar Bachelor-diploma aan het Rotterdams Conservatorium in 2005. Hierna studeerde ze 3 jaar privé bij Jard van Nes en behaalde daarna haar Master of Arts diploma aan de Royal Academy of Music in Londen bij Elizabeth Ritchie. Momenteel wordt ze gecoacht door Marjan Kuiper. Ze zong de rollen van Saffi in Der Zigeunerbaron, Spirit en Second Woman in Dido and Aeneas, Hildegard in BINGEN, Hildegard von Bingen en Suppoost in Museum Songspiel 20XX. Ook in oratorium is ze een veel gevraagde soliste. Frederique werkt als freelance zangeres bij het Groot Omroepkoor, het koor van de Nationale Reisopera en Laurens Collegium.
.
.
Caroline Mahot (Frankrijk) zong al op jonge leeftijd in de Nationale Opera te Parijs in “Le Journal d’un Usager de l’Espace II” van Didier Lockwood. Ze begon haar vocale studie aan het Conservatoire du Centre in Parijs. Na haar afstuderen in muziekgeschiedenis en kamermuziek zette ze haar studie voort aan het Conservatorium te Amsterdam bij Sasja Hunnego. Sinds kort studeert ze bij Ira Siff te New York. Ze nam deel aan masterclasses door Barbara Hendricks, Margreet Honig, Udo Reinemann, Maarten Koningsberger, Dame Emma Kirkby, Richard Wistreich, Pierre Mak, Jeff Cohen and Willem Brons. Ze trad op in diverse operaproducties, onder andere als Lucy in the Telephone van Menotti, als Olympia in Les Contes d’Hoffmann van Offenbach, als Oscar in Un Ballo in Maschera van Verdi, als Eerste Dame en Koningin van de Nacht in Die Zauberflöte van Mozart. Zij vormt een duo met pianist Berit Billingsø, waarmee ze recentelijk optrad in het Aurora Chamber Music Festival te Trollhätthan (Zweden) en in Sønsterud Gård for Musikkens Venner (Noorwegen).

Ioana Mitu (Roemenië , 1985) studeerde aan de Nationale Universiteit voor Muziek te Boekarest en de Hochschule für Music und Darstellende Kunst in Frankfurt am Main. Zij was in het seizoen 2010-2011 studente aan de Opera Studio Nederland. Zij is een van de veertien in 2011 geselecteerde jonge zangers voor de Solti Te Kanawa Accademia di Belcanto in Toscana, waar ze studeert bij Dame Kiri Te Kanawa, Sir Richard Bonynge en Thomas Allen. Ioana heft een brede opera-ervaring opgedaan als vaste soliste aan de Nationale Opera te Boekarest en gastsoliste bij Timisoara Opera, onder andere in de rollen van Susanna in Mozart’s Le Nozze di Figaro, Musetta in Puccini’s La Bohème, Gretel in Humperdinck’s Hänsel und Gretel en Valencienne in Die Lustige Witwe, waarmee ze ook door Nederland toerde. Gedurende het winterseizoen 2010-2011 trad ze op in Celan van Peter Ruzicka in Bremen Opera en de Nationale Opera van Boekarest. Bij Opera Studio Nederland trad ze op als Despina in Mozart’s Cosi fan tutte. In het aanstaande seizoen zal ze te horen zijn als Norina in Donizetti’s Don Pasquale (Boekarest), Lauretta in Puccini’s Gianni Schicchi (Timisoara) and Adina in Donizetti’s L’Elisir d’amore. Ze is geselecteerd voor het Opera Rara Project in Boekarest, alwaar ze Lucietta in Wolf-Ferrari’s I Quattro Rusteghi zal zingen

Elnara Shafigullina (Rusland, 1980) is geboren in Krasnodar en groeide op in Chukotka, in het verre noord-oosten van Rusland. Op twintigjarige leeftijd verhuisde ze naar Sint-Petersburg, alwaar ze studeerde aan de Nationale Univeristeit voor Cultuur en Kunsten. Op tienjarige leeftijd speelde ze accordion aan de muziekschool, waarna ze als accordeoniste in verschillende bands speelde in Rulsand en Europa. Haar droom een klassieke zangeres te worden kon ze realiseren door lessen te nemen bij de beroemde Russische zangeres Rimma Volkova. Sinds haar verhuizing in 2008 naar Nederland studeert zij aan het Conservatorium van Amsterdam bij Hein Meens en Pierre Mak. Met optredens in Rusland, Duitsland, Nederland en Wenen vertolkte het Russische Volkslied maar ook rollen uit Duitse, Italiaanse en Russische opera’s.

Gulnara Shafigullina (Rusland, 1985) studeerde piano aan het Rimsky-Korsakov College in Sint-Petersburg en behaalde haar diploma in 2006. Van 2003 tot 2009 studeerde ze klassieke zang bij de beroemde Russische zangeres Rimma Volkova. September 2009 behaalde ze de Eerste Prijs in The International Competition “Hopes, Talents, Masters” te Bulgarije. Ze nam deel aan de masterclasses door de Bulgaarse operazangeres Aleksadrina Miltcheva en operadirigent Dragomir Nenov. Per februari 2009 studeert ze aan het Conservatorium van Amsterdam bij Sasja Hunnego. In februari 2010 heeft ze cd “Russian-Italian dialogue” opgenomen met opera-aria’s; in november 2010 presenteerde ze haar tweede cd “Gallery of Russian songs’’. Recentelijk zong zij de rol van Tatjana in Tchaikovsky’s Evgeny Onegin in ‘Opera aan Zee’. Gedurende de afgelopen drie jaren trad ze op in opera- en kamerconcerten in Rusland, Oostenrijk, Duitsland en Nederland. Haar repertoire omvat meer dan honderd aria’s en liederen in een verscheidenheid aan stijlen van de klassieke muziek.

Marieke Steenhoek (Nederland, 1978) behaalde in 2004 haar diploma aan het conservatorium van Amsterdam. Zij studeerde bij Maarten Koningsberger en Margreet Honig en volgde lessen bij o.a. Jard van Nes, Valérie Guillorit en Noelle Barker.Sinds haar afstuderen wordt zij gecoached door zang-/stempedagoge Gemma Visser. Zij volgde meerdere malen de masterclass “Acting for Singers” van de Jekerstudio in samenwerking met de toneelschool van Maastricht waar ze les kreeg van o.a. Yolande Bertsch, Helmert Woudenberg en Roland Velte. In september 2006 behaalde zij de 1e prijs tijdens de finale van het 9e Deutekomconcours en ontving zij de publieksprijs ter beschikking gesteld door stichting “Vrienden van de Reisopera”. In oktober 2008 maakte Marieke haar debuut als soliste bij het concertgebouworkest in de Nielsen-symphony onder leiding van Herbert Blomstedt. In 2010 maakte Marieke haar debuut bij De Nederlandse Opera in de Wereldpremiére “A Dog´s Heart” van Alexander Raskatov en zong zij begin dit jaar de rol van eerste Engel in “De Legende” van Peter Jan Wagemans. Ook zong zij o.a. de sopraansolo in de wereldpremière “and Nothing Death” van Carlos Michans, “pli selon pli” (Pierre Boulez) met het Doelenensemble en “Trois Poésies de la Lyrique Japonaise” van Igor Stravinsky.

Imara Thomas is geboren en getogen in Amsterdam met roots uit Aruba, studeert op het conservatorium Maastricht bij Yvonne Schiffelers. Haar talent werd ontdekt door de kerk koordirigente uit de familie Thomas. Zij nam Imara onder haar vleugel en begeleide haar repertoire in Oratorium en Gospel. Op 12 jarige leeftijd zong Imara als soliste bij het jaarlijkse kerstconcert van ‘De Doelen’ te Rotterdam o.l.v. Jan Stolk. Vele uitnodigingen volgende waaronder televisie optredens bij de NCRV. Naast haar privelessen bij Kees Taal in Amsterdam ging haar interesse uit naar het theater. In 2000 – 2003 speelde Imara een van de hoofdrollen in de theatervoorstellingen `One Way Ticket to Love` (NES Amsterdam) en `Trots` (Artisjok nultwintig) en tourde met de theatergezelschappen door het hele land. Daar kennis te hebben gemaakt met theater en muziek op het zelfde podium ontstond haar liefde voor de Opera. Momenteel studeert zij Bel Canto repertoire in de Opera Klas van het conservatorium.

Mezzo-sopranen

Yvonne Kok (Nederland, 1980) behaalde in juni 2010 haar diploma zang aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze studeerde bij Valerie Guillorit. Daarnaast volgde Yvonne lessen en masterclasses bij onder andere Jard van Nes, Bernarda Fink, Margreet Honig, David Wilson-Johnsson, Udo Reinemann en Pierre Mak. Momenteel wordt Yvonne gecoacht door Sasja Hunnego en Geert Smits. Als soliste verleende Yvonne medewerking aan uitvoeringen van diverse oratoria en cantates. Ook in de opera is zij actief. Als gast bij ‘Dutch National Opera Academy’ zong zij de rol van Mrs. Herring in Britten’s Albert Herring. Daarnaast zong zij Bastien in Mozart’s Bastien und Bastienne (2009), Ruggiero in scènes uit Alcina van Händel en Olga in scènes uit Onegin van Tchaikovsky. Yvonne werkt daarnaast ook samen met diverse pianisten. Met Frans van Ruth voert zij regelmatig liederen uit van Nederlandse componisten. Met pianiste Cecily Lock vormt zij een vast duo. Samen gaven zij recitals in onder andere de kleine zaal van het Concertgebouw, de grote zaal van het Muziekgebouw aan ’t IJ en concertzaal de Harmonie in Leeuwarden. In de zomer van 2009 waren zij samen geselecteerd om deel te nemen aan een masterclass aan het Franz-Schubert-Institut te Baden bei Wien.

Anna Traub (Zwitserland, 1981) volgde een studie zangpedagogiek aan de Musikhochschule Luzern bij Prof. Barbara Locher waarna ze naar Nederland verhuisde haar studie voortzette bij Valerie Guillorit en later bij Pierre Mak aan het Conservatorium van Amsterdam. Sinds de afronding van haar studie in 2010, volgt Anna lessen bij Gemma Visser (Maastricht) en Ira Siff (New York) en wordt zij gecoacht en begeleid door pianist David Bollen. Ze heeft deelgenomen aan masterclasses bij onder andere Margreet Honig, Gerhard Darmstadt, Richard Wistreich, Udo Reinemann, Chistiane Oelze en Dame Emma Kirkby. Traubs repertoire omvat een kleurrijk spectrum aan operarollen en een grote bandbreedte aan kamermuziek, liederen en oratoria. Daarmee is zij regelmatig op de internationale podia te beluisteren in onder andere het Requiem van Mozart, het Requiem van Duruflé, als Cherubino in “Le Nozze di Figaro” en als Sesto in “La Clemenza di Tito. In het najaar van 2011 zingt zij de Marchesa Clarice in Rossini’s “La Pietra del Paragone”.

Tenoren

Peter Gijsbertsen (Nederland, 1983) voltooide in 2006 zijn conservatoriumstudie solozang. Hij zette zijn studie voort bij bas-bariton Harry Peeters en vocal coach Gilbert den Broeder. Hij volgde lessen bij Cristina Deutekom en Betty Schuurman. In mei 2009 nam Peter deel aan de Samling Foundation Masterclasses onder leiding van Sir Thomas Allen. In 2007 was Peter in Glyndebourne de winnaar van de John Christie Award. Onder zijn reeds uitgevoerde opera repertoire behoren Gomatz in Zaïde (Opera Trionfo), Joe in La fanciulla del West, Le petit Vieillard in L’Enfant et les sortilèges, Licone in Orlando Paladino, 2e tenor in Chant sur la mort de Haydn en Strozzi/Cavaliere in Caterina Cornaro van Donizetti (Zaterdag Matinees), Lucano en Liberto in L’incoronazione di Poppea van Monteverdi, der Junge Seemann in Tristan und Isolde. In 2008 maakte Peter samen met Gilbert den Broeder zijn recitaldebuut bij het Grachtenfestival te Amsterdam waarop zij subiet werden teruggevraagd voor het volgende seizoen. Beide jaren werd hij genomineerd voor de Grachtenfestivalprijs voor jonge talentvolle musici. Onder het uitgevoerde oratoriumrepertoire behoren onder meer de aria’s in de Mattheus Passion van Bach (Brabants Orkest), de tenorsolo in Pulcinella van Stravinsky (Rotterdams Philharmonisch Orkest) en de tenorsolo in de Vigilia van Rautavaara (Groot Omroepkoor). Op de agenda staan onder andere de aria’s in de Mattheus Passion van Bach (Koninklijk Concertgebouworkest), Graf Albert in Die tote Stadt van Korngold (ABAO Bilbao), principal tenor in The Fairy Queen van Purcell en Novice in Billy Budd van Britten (Glyndebourne Festival Opera).

Opgegroeid in een muzikale familie begon de lyrische tenor Gevorg Hakobjan (Nederland, 1986) zijn zanglessen in 1999 in IVAK te Delfzijl bij Nanny ter Wiel. Van 2004 tot 2005 heeft hij Voorportaal en Vooropleiding gevolgd aan het Noord Nederlands Conservatorium (huidige Prins Claus Conservatorium) en kreeg les van Jan van Zelm en Gerda van Zelm. Van 2005 tot 2006 heeft Gevorg privélessen genomen bij Jitske Steendam en vanaf 2007 tot 2009 heeft hij gestudeerd in het ArtEZ Conservatorium te Zwolle bij Felix Schoonenboom. Momenteel studeert hij Zang Klassiek Muziek aan het Conservatorium van Amsterdam bij Pierre Mak.Gevorg. Tijdens het festival Zwart heeft hij de aria van de “gebraden zwaan” vertolkt in de uitvoering van de Carmina Burana onder leding van Kees Stolwijk. Ook vertolkte hij de rol van Pilatus in de Johannes Passion van Arvo Pärt. In 2009 vertolkte hij de rol van Luiz in de operette De Gondeliers van Gilbert & Sullivan. Gevorg vertolkte ook de rol van Don Basilio in Le Nozze di Figaro. De publieksfavorieten uit zijn repertoire zijn de Armeense liederen, gecomponeerd door onder anderen Vardapet Komitas, A. Hegimjan, R. Amirganjan en A. Tigranjan.

Farman Purnama (Indonesië, 1977) is geboren in Jakarta. Op elfjarige leeftijd ontving hij zijn eerste zangles van Nortir Simanungkalit. Al snel won Farman de Eerste Prijs in Bina Vokalia (1988). Hij verwierf een studiebeurs om te studeren bij Mr. Pranadjaja. Tegelijkertijd werkte hij met de Belgische pedagoge Annett Frambach. In 1999 werd Farman lid van het international bekende Indonesische koor Batavia Madrigal Singers, waar hij de dirigent Avip Priatna ontmoette. Van hem ontvangt Farman zijn vocale lessen tot aan de dag van vandaag. Hij nam deel aan diverse masterclasses, onder anderen door Sonja Van Lier, Rudolf Jansen and Christa Pfeiler. Januari 2006 nam hij in Thailand deel aan een masterclass voor klassieke zangers door Loh Siew Tuan. Sinds augustus 2009 studeert hij bij Henny Yana Diemer aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.

Baritons

Agris Hartmanis (Letland, 1985) behaalde zijn diploma in 2009 bij Prof. A.I.Lusteaan de Jāzeps Vītols Latvian Academy of Music en sloot af met de masterdegree in 2011 bij Prof. A.Garanča. Hij zette zijn studie voort in België bij Axel Everaert. Reeds gedurende zijn studie trad hij onder andere op in de rollen van Poķis in Kalniņš Lolitas brīnumputns (2008), Geronimo in Cimarosa’s Matrimonio segreto (2009), Chamberlain in Stravinsky’s Le Rossignol (2009), Ben in Monetti’s The Telephone (2010). Hij zong de rol van Marko in de Letse premiere van Tumševica’s kameropera Sarkans in 2009. In 2010 zong hij in een conservatoriumproductie de rol van Figaro Mozart’s Le Nozze di Figaro en die van Baron Weps in een productie van Der Vogelhändler van Carl Zeller voor het Brussels Operetta Theater. Onlangs maakt Agris zijn debuut bij de Latvian National Opera als Fiorello in Rossini’s Barbiere di Seviglia. Zijn repertoire omvat aria’s van werken uit diverse stijperiodes. Hij heeft in Letland concerten gezongen in samenwerking met Letse componisten.

Felipe Oliveira (Brazilië, 1977) studeerde aan de universiteit UNESP te São Paulo en had privé-lessen bij Isabel Maresca. Hij behaalde zijn Master of Opera (Opera School) aan de Royal Scottish Academy of Music and Drama bij Stephen Robertson, met een studiebeurs van RSAMD Thrust en de Associated Board of Royal Schools of Music. Hij was een van de winnaars van de Dewar Arts Awards in 2007. Inmiddels heeft hij opgetreden in de rollen van Papageno, Guglielmo, Don Giovanni, Dancairo Belcore, Schaunard, Silvio en Onegin. In oratorium zong hij de solopartijen in Handels Messiah, Rossini’s Petit Messe Solennelle, Mozarts Krönungsmesse en Requiem, Bachs Weihnachtsoratorium en Mendelssohns Elias. Recentelijk zong hij Mahlers Des Knaben Wunderhorn in Brazilië.